De streekdracht van de Zuid-Hollandse Eilanden
Tot de Zuid-Hollandse Eilanden worden van oudsher gerekend: het Eiland van Dordrecht, Goeree-Overflakkee, de Hoeksche Waard, Rozenburg, Voorne, Putten en IJsselmonde. Op deze eilanden ontwikkelde zich een eigen streekdracht, die in de negentiende eeuw door een groot deel van de vrouwelijke bevolking werd gedragen.
Voor zover bekend bestond er geen wezenlijk verschil in streekdracht tussen katholieke en protestantse vrouwen. Met uitzondering van de Joodse inwoonsters en enkele vrouwen uit de families van dorpsnotabelen, werd de Zuid-Hollandse streekdracht breed gedragen. De karakteristieke krullenmuts, feitelijk een keuvel, was in de negentiende eeuw het meest herkenbare onderdeel van deze dracht.
Streekdracht voor rijk en arm
Op de Zuid-Hollandse Eilanden was de klederdracht algemeen goed, zowel voor rijk als voor arm. Dat betekende overigens niet dat iedereen zich hetzelfde kon veroorloven. Juist aan de kleding en sieraden kon de welstand van een familie worden afgelezen. Er waren grote verschillen in de kwaliteit en uitvoering van de rokken, jakken, keuvels en sieraden.
Vooral de gouden sieraden waren voor het minder vermogende deel van de bevolking niet altijd bereikbaar. Ook de karakteristieke krullen van het oorijzer waren lang niet altijd van goud. Naast gouden krullen kwamen vergulde zilveren krullen voor. Op de eilanden werden deze ook wel gedoopte krullen genoemd. Daarnaast werden er ook koperen krullen gedragen.Het gebruik van goedkopere materialen laat duidelijk zien dat de streekdracht niet alleen voor de welgestelden was bestemd. Ook vrouwen die zich geen gouden sieraden konden veroorloven, konden een complete streekdracht dragen.
Kant als teken van welstand
Aan de keuvel kon eveneens de financiële positie van de draagster worden afgelezen. Vooral de breedte van de kantstrook was daarbij opvallend. Hoe breder en rijker de kant was uitgevoerd, hoe kostbaarder de muts. De keuvel was daarmee niet alleen een onderdeel van de kleding, maar ook een manier om welstand zichtbaar te maken. Hetzelfde gold voor de sieraden die bij de hoofdtooi werden gedragen.
Het metalen karkas in de krullenmuts
Tegen het einde van de negentiende eeuw veranderde de vorm van de krullenmuts. Vrouwen begonnen een metalen karkas in de muts te verwerken. Een dergelijk karkas bestond uit omwoeld koperdraad.Door deze constructie kreeg de keuvel een rechtere en meer vierkante vorm boven het voorhoofd. Tegelijkertijd konden de krullen van het oorijzer steeds hoger worden geplaatst. De praktische noodzaak dat de beugel de muts ter hoogte van de nek en onderkaak moest vasthouden, was er niet meer. De beugel, of het oorijzer, was een pronkstuk geworden.
Het oorijzer en de krullen
Het oorijzer vormde de basis van de hoofdtooi. Aan de uiteinden bevonden zich de karakteristieke krullen. De krullen waren tussen 1750 en 1850 niet verticaal langs het hoofd geplaatst, maar staken langs de kaken enigszins schuin naar voren. Deze krullen waren zeer bescheiden en begonnen met gemiddeld circa twee of drie slagen. Omstreeks 1850 bedroeg het aantal windingen zeven; later liep dit op tot elf, dertien of nog meer. Na 1900 werden de krullen steeds zwaarder, mede door het aantal windingen en de dikte van de draad..
De uitvoering kon sterk verschillen. Bij welgestelde vrouwen waren de krullen van goud. Voor vrouwen met minder financiële middelen waren zilver, verguld zilver – de zogenaamde gedoopte krullen – en koper beschikbaar.
De stand van de krullen veranderde in de loop van de tijd. Uiteindelijk werden ze vanaf ongeveer de onderkaak tot hoog naast het hoofd geplaatst. De mutsenspelden bewogen daarbij mee naar boven.
Mutsenspelden
Naast het oorijzer en de krullen behoorden ook de mutsenspelden tot de karakteristieke sieraden van de Zuid-Hollandse streekdracht.De mutsenspelden werden direct boven de krullen aangebracht. De mutsenspeld had oorspronkelijk een praktische functie, maar ontwikkelde zich steeds meer tot een opvallend sieraad.
Buiten de rouwtijd waren de mutsenspelden bij voorkeur van goud en werden ze vaak met parels versierd. Er zijn zelfs mutsenspelden met diamanten bekend. Een dergelijke uitvoering was echter niet voor iedere vrouw financieel bereikbaar. Daarom kwamen ook goedkopere exemplaren voor, bijvoorbeeld van verguld zilver of koper.
Bij deze goedkopere uitvoeringen was vooral de gouden uitstraling belangrijk. De goudkleur zorgde ervoor dat ook een minder kostbare mutsenspeld binnen het geheel van de rijke hoofdtooi paste.
Bij welgestelde vrouwen kon de hoofdtooi nog rijker worden versierd. Soms werd een tweede paar mutsenspelden boven op de keuvel geplaatst. Ook op oude foto's zijn kleinere, aanvullende mutsenspelden te zien die boven op de muts werden gedragen. Dit waren zogenoemde bovenspelden. Daarmee kon de draagster haar hoofdtooi nog verder verfraaien.
Krullebellen en krulhangers
In de eerste helft van de negentiende eeuw was het mode om aan de krullen van het oorijzer speciale sieraden te hangen. Deze werden onder andere krullebellen en krulhangers genoemd.
Het was een kostbare liefhebberij die zich voornamelijk beperkte tot de allerwelgestelden. Niet alleen het materiaal, maar ook de uitvoering en de hoeveelheid goud maakten deze sieraden kostbaar. Heel veel exemplaren zijn er niet overgebleven. Ook wordt in het boek van de tentoonstelling “Boerenpracht en visserstooi” uit 1975 Museum Boymans-van Beuningen gesproken over kussen- en klokkenbellen gedragen op de Zuid-Hollandse eilanden. Een paar met diamantjes met onderaan een pareltje met kleine gouden bekroning gedragen op Schouwen-Duiveland met meesterteken van P.C. Bakker te Amsterdam 1839-1878.
De komst van de oorbellen
Halverwege de negentiende eeuw, rond 1860, veranderde de hoofdtooi opnieuw. De krullen en de zijkanten van de keuvel waren inmiddels zo hoog komen te staan dat zij ongeveer tot ooghoogte reikten. Hierdoor kwamen de oren vrij te liggen. Dat maakte het mogelijk om duidelijk zichtbare oorbellen te dragen.
Er ontstond een nieuwe mode: forse oorbellen, vaak gedragen in combinatie met een bijpassende broche. De eerste oorbellen waren groot en opvallend. In de tweede helft van de negentiende eeuw veranderde de smaak echter en werden de oorbellen geleidelijk kleiner en verfijnder.
Halssieraden
Naast de sieraden van de hoofdtooi en de oorbellen werden verschillende soorten halssieraden gedragen. Het bloedkoralen halssnoer was een van deze sieraden. Deze bloedkoralen halssnoeren werden tot even na de eerste helft van de negentiende eeuw gedragen. De snoeren konden uit twee, drie of vier rijen bestaan en waren vaak voorzien van een gouden slot.
In de tweede helft van de negentiende eeuw werden de bloedkoralen verdrongen door granaten. De granaten ketting werd veelal op zilverdraad geregen, zogenaamd geketteld, en was vaak voorzien van een gouden tonslot.
Gouden kettingen en medaillons
Op oude foto's zijn daarnaast vrouwen te zien met gouden kettingen met een medaillon. Een dergelijk medaillon kon een persoonlijk bezit zijn en soms een bijzondere betekenis hebben.
Medaillons en andere sieraden konden binnen families worden doorgegeven. In een tijd waarin sieraden vaak een belangrijke vorm van persoonlijk en familiebezit vormden, waren ze niet alleen decoratief, maar konden ze ook herinneringen en familiegeschiedenis met zich meedragen.
Broches, armbanden en horloges
De sieradentooi bleef niet beperkt tot de hoofdtooi, oorbellen en halskettingen. Ook broches, armbanden en horloges werden gedragen. Een horloge werd bijvoorbeeld aan een lange ketting gedragen.
Daarnaast maakten praktische voorwerpen deel uit van de persoonlijke uitrusting. Denk aan zilveren beugeltassen, lodderijn- en pepermuntdoosjes, breipenhouders, naaldenkokers, bijbels met zilveren beslag, enzovoort.
Daarmee ontstaat een interessant beeld: de streekdracht bestond uit een combinatie van kleding, sieraden en persoonlijke gebruiksvoorwerpen. Alles had zijn eigen plaats en functie.
Rouwdracht
In het algemeen duurde de rouw één jaar en zes weken. De bonte kleding werd vervangen door zwarte kleding, een witte rouwmuts of blinde keuvel.
De sieraden werden afgelegd en, indien men ze bezat, vervangen door speciale rouwsieraden. Een voorbeeld hiervan was een zwarte gitten ketting. De spelden, broches en oorbellen werden vervangen door eveneens zwarte exemplaren van zwart ebbenhout, been of git.
Ook werden er, in plaats van gouden, zilveren oorbellen met een bijpassende broche gedragen bij de batisten keuvel met smalle zoom.
Het enige dat mocht blijven, waren de gouden krullen, hetgeen bewijst dat het oorijzer aanvankelijk geen sieraad, maar een noodzakelijk gebruiksvoorwerp was om de muts vast te klemmen.
De sieraden vertelden iets over de draagster
Wanneer we de Zuid-Hollandse streekdracht bekijken, wordt duidelijk dat sieraden veel meer waren dan versiering.
De kwaliteit en hoeveelheid van de sieraden konden iets vertellen over de welstand van de familie. De keuze voor goud, zilver, verguld metaal of koper was niet willekeurig. Ook de hoeveelheid kant aan de keuvel en de uitvoering van het oorijzer droegen bij aan de uitstraling. Daarnaast veranderde de sieradentooi mee met de mode.
De krullebellen en krulhangers verdwenen uiteindelijk weer uit de mode. De krullen van het oorijzer kwamen hoger te staan. De oren kwamen vrij en daardoor ontstond ruimte voor grote zilveren oorbellen. Later werden deze oorbellen weer kleiner en verfijnder.
De streekdracht was dus geen onveranderlijk kostuum. Zij ontwikkelde zich voortdurend.
Peter Kroone
Bronnen: Boeken De Krullemusse van ’s-Gravendeel en De keuvels van het Overmase beide van P.W. de Zeeuw en het archief van het Openluchtmuseum.
Peter Kroone volgde in de jaren ’80 de opleiding tot juwelier aan de Vakschool in Schoonhoven en is sindsdien actief in de wereld van juwelen. Na twintig jaar een juwelierszaak in Schagen te hebben gerund, richtte Peter zich volledig op zijn passie: Nederlandse streeksieraden. Via hun webshop antiekesieraden.nl bracht hij jarenlang een grote collectie onder de aandacht.
In 2025 verlegde Peter de focus van het verkopen van streeksieraden naar het delen van zijn uitgebreide kennis over dit bijzondere erfgoed. Hoewel via het kopje Verkoop nog een bescheiden aanbod van sieraden beschikbaar is, staat deze website nu vooral in het teken van informatie en documentatie. Ze biedt een unieke digitale databank met duizenden foto's van antieke streeksieraden, voorzien van beschrijvingen én achtergrondverhalen over herkomst, geschiedenis en symboliek. Een waardevolle plek voor liefhebbers, verzamelaars en onderzoekers.