Een belangrijk onderdeel van de vrouwendracht was vooral het tuigje met naaigerei. Tot aan het eind van de negentiende eeuw is het bij sommige streekdrachten in gebruik geweest, in het bijzonder in Friesland, waar men het sydsulver noemde, en in Hindelopen de prak. Het kwam vaak voor dat de Hindeloper bruidegom zijn aanstaande echtgenote “de prak” cadeau gaf. Maar ook in Groningen en Drenthe kwam deze gewoonte voor. In West-Friesland werd het tuigje tot aan het eind van de achttiende eeuw gedragen.
In Zeeland, met name op Walcheren, droegen de vrouwen in de achttiende eeuw een ander tuigje, en was het vanaf het begin van de achttiende eeuw de gewoonte om aan de tasbeugelring zilveren kettingen te dragen met daaraan een schaar en een naaldenkoker. Tijdens de Romantiek, vanaf 1800, komt het tuigje weer in de mode en wordt het chatelaine genoemd. Voor een wat completere set werd daarbij een gordelhaak gebruikt en werd het, naast de schaar en de naaldenkoker, aangevuld met attributen die men dagelijks gebruikte, zoals een speldenkussen, vingerhoedhuisje met vingerhoed, priem etc.
Bij tuigjes komt het zeer veel voor dat er later toevoegingen of vervangingen zijn aangebracht. Dikwijls werd er een stukje bijgekocht of moest er een versleten onderdeel vernieuwd worden. Vooral speldenkussens ontbreken nu nog weleens. Bij de aanschaf van een tuigje koos de koper of koopster de attributen die hij of zij eraan wilde hebben. Omdat de zilversmeden zich specialiseerden in bepaalde voorwerpen, kon het voorkomen dat het tuigje bij de aanschaf reeds bestond uit voorwerpen van verschillende meesters. Zo was de schaar altijd afkomstig van een andere meester, evenals het reukdoosje of de priem.
In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw werd de chatelaine ook weer nieuw gemaakt naar oud model. Er kwam meer vraag vanuit folkloredansgroepen e.d. De firma Vermeulen uit Joure in Friesland verkocht deze zilveren sets, die bestonden uit een gordelhaak met jasseron schakelketting, speldenkussen, naaldenkoker en schaar.
Gebaseerd op informatie uit het boek van
B.W.G. Wttewaall – Nederlands klein zilver
Peter Kroone volgde in de jaren ’80 de opleiding tot juwelier aan de Vakschool in Schoonhoven en is sindsdien actief in de wereld van juwelen. Na twintig jaar een juwelierszaak in Schagen te hebben gerund, richtte Peter zich volledig op zijn passie: Nederlandse streeksieraden. Via hun webshop antiekesieraden.nl bracht hij jarenlang een grote collectie onder de aandacht. In 2025 koos hij voor een nieuwe insteek: kennis delen in plaats van verkopen. Deze website biedt nu een unieke digitale databank met duizenden foto’s van antieke streeksieraden, voorzien van beschrijvingen, én achtergrondverhalen over herkomst, geschiedenis en symboliek. Een waardevolle plek voor liefhebbers, verzamelaars en onderzoekers.